Ordered before 4:00 PM = delivered the next business day

Supplementen zijn populairder dan ooit. Steeds meer mensen slikken magnesium, omega-3 of vitamine D. En op zich is dat echt een goed teken want het laat zien dat we met z’n allen steeds bewuster met onze gezondheid bezig zijn.

Er is alleen een probleem: Niet elk supplement is hetzelfde.

Waarom niet elk supplement hetzelfde is

Als therapeut kijk ik naar veel verschillende merken en zie ik vaak hoe groot de verschillen zijn tussen supplementen. Twee supplementen die op het eerste gezicht veel op elkaar lijken, kunnen toch compleet anders zijn.

Het begint al bij de grondstoffen. Waar komt een ingredient vandaan? Hoe is het verwerkt? In welke vorm zit het in de capsule en wordt die vorm goed opgenomen? Dat zijn allemaal dingen die bepalen of een supplement daadwerkelijk effect heeft.

Wat veel mensen niet weten, is dat de wetgeving rondom supplementen vooral kijkt naar de veiligheid en niet naar de opneembaarheid of werkzaamheid. Zo lang een ingrediënt veilig is en binnen bepaalde grenzen blijft, mag het worden verkocht. Dat betekent niet dat het automatisch het beste is voor je lichaam.

Prijs zegt helaas ook lang niet alles. Een duur supplement is niet per definitie goed en een goedkoper supplement is niet per definitie slecht. Maar extreem lage prijzen roepen natuurlijk wel vragen op, want kwalitatieve grondstoffen en zuivere productie kosten nou eenmaal meer dan massaproductie met goedkope vulstoffen.

Daarom is het zo belangrijk dat je leert hoe je een etiket leest.

Hoe lees je een supplementen etiket?

Er zijn een paar dingen waar je op moet letten als je een supplementen etiket leest.

1. Wat is de werkzame stof?

Dit is het ingrediënt waarvoor je het supplement koopt. Bijvoorbeeld magnesium of vitamine D.
Hier wordt het meteen al interessant, want magnesium is bijvoorbeeld niet gewoon magnesium. Dat kan magnesiumoxide zijn, of magnesiumcitraat, magnesiumbisglycinaat, etc. en dat maakt een wereld van verschil in het effect en hoe je het opneemt.

Dit ingredient wil je in principe vooraan hebben staan. De ingredientenlijst loopt van ‘meest aanwezige stof’ naar ‘minst aanwezige stof’. Hoe eerder op je lijst je werkzame stof staat, hoe beter. Staan je vulstoffen als eerste ingrediënt op de lijst? Dan is je supplement dus vooral opgebouwd uit vulstoffen.

2. Hoeveel zit erin?

Als de werkzame stof klopt, wil je graag kijken naar de hoeveelheid van de stof die erin zit. De dosering wordt meestal aangegeven in milligram (mg) of microgram (mcg). Maar meer is niet automatisch beter en te weinig doet vaak weinig.

Als therapeut kijk ik altijd naar:

  • Is dit een werkzame dosering?
  • Past dit bij wat deze persoon nodig heeft?

3. Welke hulpstoffen zitten erin?

Denk hierbij aan alle andere stoffen die in het supplement zitten, zoals vulstoffen, bindmiddelen, glansmiddelen, kleurstoffen, smaakstoffen, etc.


Niet elke hulpstof is per definitie slecht. Soms zijn hulpstoffen nodig om een capsule stabiel te maken. Maar over het algemeen kun je (net als bij voeding) stellen: hoe korter de lijst aan extra stoffen, hoe beter. Wil jij weten welke hulpstoffen je absoluut wilt vermijden? Weet wat je slikt

Pillen tabletten supplementen vulstoffen

Wat zijn hulpstoffen en waarvoor worden ze gebruikt?

Naast de werkzame stoffen bevatten veel supplementen en medicijnen ook hulpstoffen. Die hulpstoffen zijn meestal niet bedoeld om een bepaald effect in je lichaam te hebben, maar worden puur toegevoegd om het product te ondersteunen of een tablet op te vullen.

Veel voorkomende voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld:

  • Vulstoffen (zoals microkristallijne cellulose)
  • Antiklontermiddelen (bijv. magnesiumstearaat of siliciumdioxide)
  • Bindmiddelen
  • Glansmiddelen of coatings (bij tabletten)
  • Kleur- en smaakstoffen (vooral bij gummies of kauwtabletten)

Waarom worden hulpstoffen toegevoegd?

Dat heeft vaak te maken met de productie van het supplement:

  • Een capsule moet gevuld worden
  • Een tablet moet stevig genoeg zijn om niet uit elkaar te vallen
  • Een poeder mag niet gaan klonteren
  • Een gummy of kauwtablet moet goed smaken

Hulpstoffen zijn soms nodig om een supplement stabiel of houdbaar te maken. Bij grootschalige productie zijn deze stoffen vaak nodig om het proces efficient en betaalbaar te houden. Ook als dat de kwaliteit niet ten goede doet.

Wees vooral kritisch wanneer de lijst van hulpstoffen langer is dan de werkzame stoffen. Of als er veel kunstmatige kleur- of smaakstoffen in zitten of er veel suikers zijn toegevoegd. Ook als er stoffen zijn die vooral cosmetisch zijn (kleur, glans), moet je je afvragen of dat is wat je wilt.

Slik je felgekleurde gummies met smaakjes? Is dat dan echt goed voor je gezondheid of is het een snoepje met een vitamine erin? Lees hier meer over vitamine gummies

Er zijn nuances

Niet elke hulpstof is problematisch. Als therapeut kijk ik vooral naar welke hulpstoffen er toegevoegd zijn. Er zijn bijvoorbeeld ook natuurlijke hulpstoffen waar je lichaam niet extra door belast wordt.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Olijfolie
  • Brandnetelblad
  • Lecithine
  • Alfalfa
  • MCT olie
  • Bepaalde vezels (inuline, acacia, lijnzaad, psyllium)
  • Groente of fruit poeders (acerola, rode biet, wortel)

Deze stoffen kunnen een extra bijdrage leveren aan je gezondheid, zonder dat dat in eerste instantie het doel is.

Wat voor supplement je ook neemt, de hulpstof die erin zit heeft veel invloed op de kwaliteit van het supplement.

De vorm van een ingredient is minstens net zo belangrijk als de hoeveelheid

De hoeveelheid die op een supplement staat, hoeft niet daadwerkelijk de hoeveelheid te zijn die wordt opgenomen door je lichaam.

Neem magnesium als voorbeeld. Magnesiumoxide komt veel voor in goedkopere supplementen. Het bevat relatief veel elementair magnesium, maar wordt helemaal niet goed opgenomen in je darmen. Magnesiumbisglycinaat is daarentegen gebonden aan een aminozuur, waardoor het vaak beter wordt opgenomen en goed wordt verdragen.

Op papier kan een supplement met magnesiumoxide een hogere dosering hebben. Maar in de praktijk kan een lagere dosering van een goed opneembare vorm veel meer effect hebben.

Hetzelfde geldt voor vitamine B12. Cyanocobalamine is een synthetische vorm die moeilijk op te nemen is voor je lijf, terwijl methylcobalamine of adenosylcobalamine biologisch actieve vormen zijn die meteen gebruikt kunnen worden door je lichaam.

Dan geldt dus ook weer: het gaat niet alleen om hoeveel je neemt, maar juist ook om de vorm. Dat bepaalt uiteindelijk of het echt iets bijdraagt aan je gezondheid.

Marketingtrucs op supplementen etiketten

Net als bij veel voedingsmiddelen staan ook supplementen vol met marketing. En soms klinken dingen ZO goed dat je automatisch denkt dat het wel kwaliteit moet zijn.

Woorden zoals ‘proprietary blend’ of ‘eigen formule’ klinken heel exclusief. Maar vaak betekent het ook dat je niet precies kunt zien hoe veel van elk ingrediënt erin zit. Je weet dus bijvoorbeeld dat er magnesium in zit, maar niet in welke vorm of hoeveelheid.

Zonder die informatie kun je eigenlijk niet beoordelen of het een goed supplement voor jou is.

Soms zie je een extreem lange lijst aan vitamines en mineralen op het etiket. Dat ziet er in eerste instantie heel indrukwekkend uit, maar als je naar de doseringen kijkt, zie je dat sommige stoffen in zo kleine hoeveelheden aanwezig zijn dat ze waarschijnlijk weinig effect hebben.

Dit gebeurt vooral bij sommige complexen die zoveel mogelijk ingrediënten willen bevatten.

Wanneer is een etiket niet per se slecht?

Het is ook niet per se altijd zo dat een lange ingrediëntenlijst automatisch slecht is. Sommige hulpstoffen zijn soms nodig om je supplement stabiel te houden.

Ik kijk zelf altijd kritisch naar:

  • Welke hulpstoffen zijn toegevoegd?
  • In welke hoeveelheid?
  • Wat is de functie?
  • Past dit bij de gevoeligheid van het lichaam?

Tot slot & Checklist: Zo herken je een kwalitatief supplement

Als je een supplementen etiket leest, hoef je geen expert te zijn om een inschatting te maken van de kwaliteit. Gebruik deze checklist of download ons e-book:

✅ De werkzame stof staat duidelijk vermeld (bijv. magnesiumbisglycinaat i.p.v. alleen ‘magnesium’)
✅ De dosering is transparant (geen ‘eigen formule’ of blends)
✅ De lijst met hulpstoffen is beperkt
✅ De hulpstoffen zijn natuurlijke stoffen
✅ De werkzame stoffen zijn biologisch beschikbaar en kunnen goed worden opgenomen

Uiteindelijk gaat het om wat je lichaam er daadwerkelijk mee kan. Hoe beter je een etiket leert lezen, hoe beter je een goede keus kunt maken.

Goldea Sunday News

Deze blog is geschreven door Laura Contreras, orthomoleculair therapeut en geregistreerd darmtherapeut. In de praktijk begeleid ik dagelijks een grote verscheidenheid aan klachten, van spijsverteringsklachten tot vermoeidheid en huidproblemen.

Wil je meer praktische tips en wetenschappelijke inzichten die je écht verder helpen naar een optimale gezondheid? Meld je dan nu aan voor onze Goldes Sunday News en ontvang elke zondag een korte nieuwsbrief.

Gratis aanmelden